Indicaties

Informatie over indicaties en geschiktheid van cochleaire implantaten voor volwassenen en kinderen.

Friends in the kitchen

 

De criteria waaraan iemand moet voldoen om in aanmerking te komen voor een cochleair implantaat verschillen afhankelijk van het land en de betrokken bevoegde instantie die medische apparatuur bewaakt (bijv. TUV in de Europese Unie, FDA in de Verenigde Staten, TGA in Australië). Neem altijd contact op met de relevante instantie voor de specifieke criteria voor cochleaire implantaten die van toepassing zijn in uw land.

De indicaties en contra-indicaties die zijn opgenomen in de chirurgische bijsluiter van het Nucleus® 5 cochleair implantaat zijn hieronder opgesomd. Het cochleaire implantaat is bedoeld om de geluidswaarneming gedeeltelijk te herstellen door elektrische stimulatie van de gehoorzenuw.

 

 

Nucleus cochlear implant diagram

Volwassenen

Het Cochlear™ Nucleus® CI422 cochleair implantaat met rechte elektrode is bedoeld voor personen van 18 jaar of ouder die bilateraal, pre-, peri- of postlinguïstisch sensorineuraal gehoorverlies hebben en beperkt voordeel hebben van binaurale hoortoestellen. Deze personen hebben meestal matig tot zeer ernstig gehoorverlies in de lage frequenties en zeer ernstig (≥90 dB HL) gehoorverlies in de middelste en hoge spraakfrequenties. Beperkt voordeel van versterking wordt gedefinieerd door testscores van 50% correct of minder in het oor dat moet worden geïmplanteerd (60% of minder in de gehoortoestand met de best mogelijke versterking) bij op band opgenomen gehoortests waarbij zinnen herkend moeten worden.

Kinderen

Het cochleaire implantaatsysteem is bedoeld voor kinderen van 12 tot 24 maanden die zeer ernstig bilateraal sensorineuraal gehoorverlies hebben en beperkt voordeel van binaurale hoortoestellen vertonen. Kinderen van twee jaar of ouder kunnen ernstig tot zeer ernstig bilateraal gehoorverlies vertonen. Bij jongere kinderen wordt beperkt voordeel gedefinieerd als een gebrek aan vooruitgang in de ontwikkeling van eenvoudige auditieve vaardigheden in combinatie met goede versterking en deelname aan intensieve aurale habilitatie gedurende een periode van drie tot zes maanden. Het is raadzaam om beperkt voordeel te meten met een maatstelsel zoals de „Meaningful Auditory Integration Scale” of de „Early Speech Perception test”. Bij oudere kinderen wordt beperkt voordeel gedefinieerd als ≤ 30% correct in de „Multisyllabic Lexical Neighbourhood Test” (MLNT) of de „Lexical Neighbourhood Test” (LNT), afhankelijk van de cognitieve en linguïstische vaardigheden van het kind. Een proefperiode van drie tot zes maanden met een hoortoestel wordt aangeraden voor kinderen zonder voorafgaande ervaring met hoortoestellen.

Contra-indicaties

Een cochleair implantaat is niet wenselijk voor personen met de volgende aandoeningen:

  1. doofheid ten gevolge van beschadiging van de gehoorzenuw of het centrale auditieve kanaal
  2. actieve middenoorontstekingen
  3. het uitblijven van cochleaire ontwikkeling
  4. trommelvliesperforatie in combinatie met actieve middenooraandoeningen