Klinische casussen

Verschillende voorbeelden van klinische casussen waarbij een cochleair implantaat overwogen wordt.

Boy giving his mother a hug

 

Casus 1: volwassene, mannelijk

 

Clinical case graph of nucleus candidate Peter

Patiënt:  Peter / man
Leeftijd:       28 jaar

 

Hoorgeschiedenis:

  • Volledig bilateraal gehoorverlies op 2-jarige leeftijd (ten gevolge van meningitis) – zie audiogrammen
  • Hoortoestellen aangebracht op 3-jarige leeftijd
  • Gestopt met het dragen van de hoortoestellen toen hij 14 jaar was: ze hielpen niet goed
  • Onderwijs: school voor slechthorende kinderen
  • Voornaamste manier om te communiceren was gebarentaal
  • Spraakproductie – niet erg duidelijk
  • Lipleesvaardigheid – slecht
  • Luistertests –  toonde geen vermogen de afgespeelde zinnen of woorden te verstaan
  • Recente CT-scan: slakkenhuis ziet er normaal uit

 

Waarom is hij hier?

Hij werkt als winkelier en is gefrustreerd omdat hij geen promotie krijgt. Hij wil graag een cochleair implantaat om zijn spraakperceptie en zijn spraakproductie te verbeteren. Bovendien wil hij graag kunnen telefoneren. Hij heeft veel dove vrienden en een van hen vertelde hem dat cochleaire implantaten gevaarlijk zijn en dat zijn gezicht verlamd zal raken als hij een cochleair implantaat heeft.

 

Vragen

  1. Wat zijn de belangrijkste punten in deze casus (positief/negatief)?
  2. Wat moet er worden geëvalueerd en waarom?
  3. Denkt u dat het team een cochleair implantaat zal aanraden? Voor welk oor? Waarop is uw beslissing gebaseerd?

 

Casus 2: kind, vrouwelijk

Patiënt: Isabella / vrouw
Leeftijd:      3 maanden oud

 

Hoorgeschiedenis:

  • Scoorde ontoereikend bij de neonatale gehoorscreening die op de eerste dag in het ziekenhuis werd uitgevoerd.
  • Hoortoestellen aangebracht toen ze drie maanden oud was.
  • Diagnostisch onderzoek (elektrofysiologisch onderzoek) toen ze een maand oud was, bevestigde een aanmerkelijk sensorineuraal gehoorverlies (in ieder geval ernstig tot zeer ernstig gehoorverlies, misschien nog erger)
  • Familie: ze heeft een oudere zus die slechthorend is en met 18 maanden een cochleair implantaat heeft gekregen waarmee ze goed hoort.

 

Waarom is zij hier?

Het gezin is erg gemotiveerd en erop gespitst dat het kind zo snel mogelijk een implantaat krijgt.

 

Vragen

  1. Wat zijn de belangrijkste punten in deze casus (positief/negatief)?
  2. Wat moet er worden geëvalueerd en waarom?
  3. Denkt u dat het team een cochleair implantaat zal aanraden? Zouden ze een CI nu aanraden of in een later stadium? Voor welk oor? Waarop is uw beslissing gebaseerd?

 

Casus 3: volwassene, mannelijk

 

Clinical case graph of nucleus candidate Paul

Patiënt: Paul / man
Leeftijd:      72 jaar

 

Hoorgeschiedenis:

  • Ontwikkelde 42 jaar geleden de ziekte van Ménière, met ernstige aanvallen van duizeligheid, oorsuizingen en schommelend gehoorverlies in het rechteroor, wat uiteindelijk leidde tot volledig gehoorverlies in het rechteroor toen hij 35 jaar was.
  • Hij heeft nooit een hoortoestel gedragen; met het linkeroor hoorde hij normaal.
  • Sinds kort zijn de symptomen weer begonnen. Hij heeft schommelend gehoorverlies in het linkeroor, van matig tot ernstig. Hij probeert een hoortoestel uit, maar als het gehoor slecht is, vindt hij het niet fijn.
  • Spraakperceptie voor zinnen met het linkeroor met hoortoestel: 78% als hij goed hoort, 38% als hij slecht hoort. Met het rechteroor scoort hij 0%, zelfs met versterking.

 

Waarom is hij hier?

Zijn kno-arts heeft hem doorgestuurd voor een evaluatie door het CI-team.

 

Vragen

  1. Wat zijn de belangrijkste punten in deze casus (positief/negatief)?
  2. Wat moet er geëvalueerd worden en waarom?
  3. Denkt u dat het team een cochleair implantaat zal aanraden? Voor welk oor? Waarop is uw beslissing gebaseerd?

 

Casus 4: kind, vrouwelijk

 

Clinical case graph of nucleus candidate Mary

Patiënt: Mary / vrouw
Leeftijd: 4 jaar en 3 maanden

 

Hoorgeschiedenis:

  • Gehoorverlies geconstateerd met acht maanden
  • Hoortoestellen aangebracht toen ze tien maanden oud was.
  • Vroege interventie: auditief-verbaal habilitatieprogramma, haar ouders werkten hard met de specialist en thuis en uiteindelijk begon ze na enkele maanden sommige geluiden en woorden te imiteren. In de jaren erna bleef ze vooruit gaan, maar slechts langzaam en haar spraak was moeilijk te verstaan.
  • Ze heeft geen andere bekende medische aandoeningen.

 

Waarom is zij hier?

Haar spraak is nog steeds moeilijk te verstaan en ze krijgt vaak woedeaanvallen als ze niet wordt begrepen. Ze gaat over zes maanden naar school, haar ouders hebben gevraagd of ze in aanmerking komt voor een cochleair implantaat.

 

Vragen

  • Wat zijn de belangrijkste punten in deze casus (positief/negatief)?
  • Wat moet er worden geëvalueerd en waarom?
  • Denkt u dat het team een cochleair implantaat zal aanraden? Voor welk oor? Waarop is uw beslissing gebaseerd?